FIFA 18

Depressieve stoornis: De Kenmerken

depressie

Wat houdt nu een echte depressieve stoornis in? Hoe kun je dit herkennen bij jezelf of bij anderen? In dit artikel zal een globale uitleg van de kenmerken van depressieve stoornis worden beschreven.

Wat is klinische depressie?

Iedereen kan zich weleens down voelen. Ons treurig voelen is meestal een normale emotie die op kan komen door gebeurtenissen in ons leven, maar wanneer spreken we van een echte depressie?

Er zijn heel veel verschillende soorten stoornissen die vallen onder een depressieve stoornis. In dit artikel zullen de kenmerken van een klassieke depressieve episode worden beschreven.

Een “klassieke” depressieve stoornis is te herkennen aan een depressieve gemoedstoestand (gevoelens van verdriet of hopeloosheid), verlies van interesse of plezier en verandering in eetgewoonte, gewicht en/of slaappatroon. Ook worden cognitieve vaardigheden (zoals concentreren) minder en wordt er vaak aan de dood gedacht. Er hoeven geen specifieke gedachten of plannen voor zelfmoord te zijn.

 

Prevalentie

Depressie komt van alle stoornissen als één van de meeste voor. Het komt daarnaast vaker voor bij vrouwen dan bij mannen.

 

Diagnostische criteria volgens de DSM-V

A. Vijf of meer van de volgende symptomen moeten aanwezig zijn gedurende een periode van twee achtereenvolgende weken en is dit een verandering in het functioneren voor de symptomen opkwamen. Er moet minimaal sprake zijn van: depressieve gemoedstoestand of verlies van interesse of plezier.

  1. De depressieve gemoedstoestand is gedurende het grootste deel van de dag aanwezig en bijna elke dag. Deze is zichtbaar door of subjectieve rapportage (bijvoorbeeld zich verdrietig voelen, leeg voelen of gevoelens van hopeloosheid ervaren) of dit moet door anderen worden geobserveerd (bijvoorbeeld: de persoon heeft tranen in de ogen).
  2. Er is duidelijk sprake van verminderde interesse of plezier in alle of bijna alle activiteiten gedurende het grootste gedeelte van de dag. Dit is bijna iedere dag.
  3. Significant gewichtsverlies zonder dieet of gewichtstoename (verandering van ongeveer 5% van het lichaamsgewicht in een maand)
  4. Insomnia of hypersomnia op bijna dagelijkse basis
  5. Psychomotorische agitatie of retardatie op bijna dagelijkse basis (dient ook geobserveerd te worden door anderen, dus niet alleen subjectieve gevoelens van rusteloosheid of het gevoel langzamer te bewegen)
  6. Vermoeidheid of verlies van energie op bijna dagelijkse basis
  7. Gevoelens van waardeloosheid of excessief of ongepaste schuldgevoelens (kan een waanbeeld zijn) en bijna iedere dag.
  8. Verminderde denkvaardigheden, concentratieproblemen of besluiteloosheid op bijna dagelijkse basis (dit kan zowel subjectief zijn als door anderen worden geobserveerd)
  9. Terugkerende gedachten over de dood (niet enkel een angst om te sterven), terugkerende suïcidale gedachten zonder een specifiek plan, een zelfmoordpoging of een specifiek plan om zelfmoord te plegen

B.De symptomen zorgen voor klinisch significante zorgen over de symptomen of zorgen voor beperkingen in het functioneren (bijvoorbeeld op het werk, sociaal of op school)

C. De episode is niet te wijten aan de fysiologische effecten van drugs of medicatie

D. Het voorkomen van een klinische depressie kan niet worden verklaard door schizoaffectieve stoornis, schizofrenie, schizoforme stoornis, waanstoornis of andere stoornissen binnen het schizofrene spectrum en andere psychotische stoornissen

E. Er is geen sprake van een manische of hypomane periode

 

Ontwikkeling van de stoornis

Enkele risicofactoren voor het ontwikkelen van een klinische depressie zijn: neuroticisme, negatieve ervaringen als kind, genetische gevoeligheid en het hebben van een andere psychische stoornis. De meeste kans op het krijgen van een klinische depressie is in de vroege adolescentie, maar het begint ook vaak rond de 25 jaar. Het verloop van een depressie verschilt veel per persoon. Soms kan iemand een episode van remissie (geen klachten) ervaren waarna de symptomen weer terugkeren. Bij anderen is het constant aanwezig. Bij de meeste mensen verdwijnen de symptomen volledig na 3 tot 12 maanden. Als er sprake is van psychotische kenmerken, angst, persoonlijkheidsstoornissen of zeer ernstige uiting van symptomen, dan is de kans op volledig herstel kleiner. Hoewel de incidentie tussen mannen en vrouwen verschilt, lijkt er geen verschil te zijn in de effecten van behandeling. Beide groepen reageren hier hetzelfde op.

 

Bronnen

American Psychiatric Association. (2013). Diagnostic and statistical manual of mental disorders (5th ed.). Washington, DC: Author.

Beekman, A.T.F., Deeg, D.J.H., Van Tilburg, T, Smit, J.H., Hooijer, C. & Van Tilburg, W. (1995). Major and minor depression in later life: a study of prevalence and risk factors. Journal of Affective Disorders, 36(1-2), 65-75.

Geef een reactie

Login met:



Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *